Friesland weekeinde 2026

De dag begon zoals je hoopt dat hij eindigt: traag, loom en met logistieke twijfel. Bij het opladen van de kajaks bleek er plots één niet langer bereid zich fatsoenlijk op zijn zij te laten leggen. Na enig gesjor, getrek en het sluiten van een voorlopig vredesakkoord met de zwaartekracht, volgde een onvermijdelijk en kennelijk essentieel kopje koffie. Pas toen was Molkwerum überhaupt een optie.

De lokale camping deed sterk denken aan een trailerpark uit een Amerikaanse film, zij het zonder ironie. Helemaal achterin lag een veldje waar onze tenten zich mochten schikken tussen het permanente wonen. Een gespierde Fries met tatoeages op zijn kuiten kwam informeren of wij wisten hoe hard we reden. Ik grapte dat het hooguit 50 was. Hij bleek de campingbaas. Stapvoets, zo leerde hij ons. Onze chauffeur maakte een schuldbewuste handbeweging, mompelde wat vriendelijkers en de-escalatie trad in.

Douchen ging met pasjes en €5 borg. Gelukkig douche ik maar eens per week, dus tenzij ik zou kapzijzen liet ik de douche een dagje voor wat het was, te veel gedoe. Ondertussen arriveerden onze Friese vrienden van de kanoniers, voorzien van suikerbrood en iets wat eruitzag als taai-taai maar wat knijter hard bleek te zijn, het leek mij uit een archeologische opgraving.

Na enig geluier en opvallend frequente toiletbezoeken – het toilet lag exact tien minuten lopen, wat elke aandrang immediatel existentieel maakte – begaf een enkeling zich richting water. De tewaterlating van elf kajaks vanaf een steigertje ter grootte van een snijplank verliep traag. We zijn bij KOIJ verwend met ons vliegdekschip. Alsof dat nog niet genoeg was, arriveerden er nog een paar laatkomers die hun complete samoerai-uitrusting aan kanogear ter plekke moesten finetunen.

De tocht richting Hindeloopen verliep door een dijk­sloot zonder zijwegen, dus verdwalen was theoretisch onmogelijk. Na één anekdote bij een badpaviljoen – tevens de enige bezienswaardigheid – bereikten we het dorp. Hindeloopen bleek een Anton Pieck-waardige kruising tussen Volendam en de Zaanse Schans. Winkeltjes boden lokaal textiel van discutabele esthetiek en prullaria met een verhaal maar zonder toekomst.

Mijn missie was de viskraam aan de haven. Ik worstelde mij door de toeristenmassa. Er bleken er twee; Google reviews gaven uitsluitsel. Na het afgaan van tien andere piepers kreeg ik mijn lekkerbek. Die was foutloos. Hemels. Een zeldzame 10/10. Inmiddels zat de hele club aan de picknicktafels.

De sluis werd met de hand bediend door een Aziatisch kindje, bijgestaan door een sluiswachter die tevens havenmeester was en eerst nog wat florijnen inde. Zijn forse rottweiler hield toezicht. Op verzoek maakte hij een groepsfoto en gooide de camera vanaf de hoge kade weer terug naar de tochtleider, wat spanning toevoegde.

Op het IJsselmeer klonk een fluit en een brul. Ik bevond mij tussen twee Friezen die zeker wisten dat we een koers van 180 graden moesten varen, wat wonderbaarlijk strookte met mijn GPS-horloge. Toch hadden we kennelijk een onzichtbare natuurstrook geschonden. Na een preek van de voorvaarder, die achtervaarder was geworden en zich ophield tussen de treuzelaars, hielden we nog even koers op het golvende water.

Het strandje kwam in zicht. Na het uitklauwteren trokken we de boten over dijk, pad, een steile houten brug met uitglijlatjes en uiteindelijk over het gras naar het tentenkamp. Onder het mom van helpen kwam een jeu-de-boules-spelende Duitser een praatje maken. We pelden het neopreen af en schakelden terug naar ruststand.

s Avonds op naar het restaurant. Eerst een drankje op het terras. Op het menu lazen we over de herkomst van de naam van het restaurant, die mij eerst Italiaans aandeed maar in werkelijkheid verwees naar de historische handel in gezouten zwanenvlees, verkocht aan onder meer de Amsterdamers. Er stond geen zwaan op het menu. Engelse zwanen zijn eigendom van het koningshuis, maar in Nederland viel daar niets over te vinden. Wel een recept. De IJburgse zwanen lijken dus richting de volgende club‑BBQ juridisch vogelvrij.

Daarna naar binnen voor het hoofdgerecht. We werden op de hoogte gesteld van de begin-van-het -seizoenvergadering van een half uurtje waarvan ze hoopten geen dat we er geen overlast van zouden ondervinden. Dat bleek een misvatting, ze zouden ons zo straks wat beter leren kennen. De oudjes druppelde langzaam binnen en kregen slagroomtaart. Ik had warme herinneringen aan het bejaardenhuis van mijn opa en oma.

Een tafel met goedkope huishoudelijke elektra – citruspersen, broodroosters – bracht sommigen al in een lacherige stemming. Het bleek onderdeel van de bingo‑prijzeninkoop, die kennelijk niet langer uit kon. Zelfs goedkope elektronica was duur geworden. Het beruchte bingoplankje, waarvan er vorige keer maar liefst 84 verkocht waren, was na uren vergaderen, hier en daar een traantje en zichtbaar existentieel leed verhoogd van €8 naar €10. Een deel van de prijzen was voor de  de verloting waarvoor de lootjes maar 50 cent kosten. Ik zou het wel weten! De vergadering bleek niet alleen over bingo en verloting te gaan maar ook over de musicale omlijsting van Pinksteren, de bonte avond en de gehele versoberde animatieplanning van het grijze vakantie oord. De bewonersmutaties volgde, alles voorgelezen van een poepsaaie PowerPoint door wie vermoedelijk de dochter van de campingbaas was. Eén mutatie betrof een overlijden. Een minuut stilte volgde.

Die minuut duurde heel lang.

Drie van ons kregen een onbedaarlijke lachbui. Onderdrukking faalde. De minuut was te groot. We vluchtten naar buiten. De rest, minder schijtmelig, volgde later voor de zonsondergang op de dijk.

Toen naar bed. Morgen wacht ongetwijfeld weer een dag vol stapvoets vooruitgang en onverwachte levenslessen.

Dag twee – een natte bedoening

Voor de nacht was code geel afgegeven, al waren de onweersbuien vanaf zeven uur als een vlucht op Schiphol tijdens een staking van de verkeersleiders telkens met een paar uur uur verlaat. Vanaf de zonsondergang zij we getrakteerd op een kikkerconcert dat deed denken aan dat liedje met zingende kikkers in de Efteling vroeger. Dat gaat niet meer uit mijn hoofd. De buren hielden zich al vroeg bezig met het opklappen van een vouwwagen. Ik bespeurde mansplaining: over de natuurkundige principes achter het inklappen van het keuken­element, doorspekt met een passief‑agressief betoog over de juiste opberglocatie van “de stokken”. Gezellig.

Ook wij begonnen ons tentje af te breken en alles in de auto’s te laden. Er is weer koffie uiteraard. Ik tik alvast een verslagje van gisteren; als ik allen op pad was, zou ik om acht uur vertrekken , maar na onderhandeling werd dat eerst elf en toen tien uur. We zullen zien of we het in dit tempo gaan redden. Het is helaas dik bewolkt. Het tochtplan is ingekort met vijf kilometer. Stavoren geschrapt. Jammer, het is een charmant havenplaatsje, maar vooruit.

Gisteren hadden we het IJsselmeer gepakt vanwege de weersvoorspelling. Die zat er, zoals wel vaker, naast. Code geel vannacht voor onweersbuien en harde wind bleek een miezerig buitje en een briesje dat zijn naam niet mocht dragen. Resultaat: wel alles nat inpakken. In plaats van factor 50 smeren ging vandaag de anorak aan.

Drie dames vonden kamperen toch iets te barbaars en hadden gekozen voor een hutje en een fietsvrienden‑adresje achter een kerk. Voor die laatste optie werd bij de camping een fiets gehuurd, omdat het “niet‑vrienden‑van‑de‑streekbus” betrof. Ik vraag me sowieso af of hier ergens openbaar vervoer rijdt.

De trailer en auto’s werden van de camping gereden. Daarna, geheel volgens traditie, flink getreuzel. Uiteindelijk ligt het spul in het water. We starten door piepkleine slootjes, watersteegjes door Molkwerum (Fries: Molkwar). Het dorp telt 165 woningen, die we inmiddels stuk voor stuk hebben bewonderd.

We varen verder door een sloot tussen weilanden die net zo goed in West‑Friesland had kunnen liggen. Ik begrijp ineens de naam. Er wordt een ijsvogel gespot. Even later rent een ree over een bruggetje. Te snel voor een foto, maar wel aanwezig genoeg om collectief te bevestigen dat dit “toch wel heel mooi” is.

Via het Johan Friso‑kanaal en de Geeuw komen we op de Mora terecht (Fries voor meer). Plots is er dringend behoefte aan een plaspauze. Er wordt gezocht naar dat ene eilandje met steiger. Na enig rondtollen in een havenkom van een recreatiebedrijf dringt ook bij onze plasplekscout het besef door dat dit eilandje waarschijnlijk nooit bestaan heeft.

Het restaurant dat ik als een ware Holle Bolle Gijs samen met alle lunchopties voor beide dagen had opgegeven waren we al voorbij gevaren. Gelukkig verklapt een zeilbootkapitein de route naar een Grant‑Place‑achtige voorziening die kennelijk elk bungalowpark verplicht moet hebben. We laveren door kilometers steigers en beklimmen hoge steigers, iets wat ik graag voor de KVB genoteerd zie. Omdat een van de dames mijn boot stabiliseert terwijl ik eruit hijs, telt deze poging helaas niet.

We gebruiken een imposante waterglijbaan als route punt en vinden de snackbar‑winkeltje‑zwembad‑restaurant‑bowlingbaan‑unit even verderop. In volledige kajakoutfit betreden we Grand Café It Skippershûs. De anderen hebben wat uitrusting achtergelaten; ik draag nog spatzijl en zwemvest en zie geen enkele reden tot schaamte.

In de kelder wordt de felbegeerde toiletunit intensief bezocht. We eten centimeters dikke boterhammen met XXL‑kroketten en mosterdsoep, die ook gewoon als “dagsoep” wordt ingezet. We zitten aan een hoge tafel met dito krukken, omdat we de verleidelijk ogende ronde bank niet nat willen maken.

Bij het instappen is er keuze: van de hoge steiger afdalen of zittend in de kajak van de botenhelling af glijden. Wij liggen al klaar om de voorzitter uit het water te vissen of het onfortuinlijke avontuur te filmen. Het gaat goed. De spanning ontlaadt zich in luid gejuich.

Na praatjes met vakantievierders die zichtbaar niets anders te doen hebben in deze recreatie‑oase, vervolgen we onze tocht over het Johan Friso‑kanaal richting een plas die achtereenvolgens de Holken, Oarden, Fluessen en Swarte Wâlde heet. Er hangen geen straatnaambordjes, maar ik heb het even opgezocht. Het geheel is uitgesleten tijdens de Saalien Glaciaal, toen een gletsjer zich tussen de stuwwallen van Warns, Koudum en Gaasterland terugtrok. Dat je het weet.

Eerst nog wat bootjes, waaronder een prachtige Friese traditionele zeiler die ongeveer de snelheid van een goudvis in een aquarium haalde. Daarna: leegte. Uitgestorven. De regen stopt even en keert dan terug als een hoosbui. Het blijft een natte, grijze dag; het decor werkt niet mee.

We varen op de Koudumer Far, die ik na een kilometer of wat wel gezien heb. Onderweg boerderijdieren, altijd goed. Ik schiet nog snel een zijslootje in voor een selfie met de meest aandoenlijke koeien van Friesland.

De moraal zakt onder nul. Het tempo ook. Bij elke brug wordt een mij onbekende reden aangedragen om stil te liggen. Twee van ons kunnen dat niet meer opbrengen en dobberen langzaam door. Pas bij een paardenstal worden we weer ingehaald door het peloton.

We bereiken Molkwerum. We klauteren uit de kajaks, ontworstelen ons aan natte gear en laden alles in. Dit gaat uiteraard in een tempo dat mijn hang naar efficiëntie diep krenkt. Als de laatste bijna vergeten peddel is gevonden, kunnen we vertrekken. Dacht ik.

Er moest koffie met gebak komen.

De serveerster wacht geduldig in de voormalige vergader‑ annex bingozaal op een verloren schaap dat zich niet op de camper plaats maar in het sanitair had omgekleed. Dan verschijnen er dienbladen met appeltaart (taart van de week), chocolademelk, met en zonder slagroom. Met een biertje leg ik mij neer bij het twee uur verschil tussen werkelijkheid en planning.

De karavaan vertrekt richting IJburg. Het afladen van de kajaks verloopt zowaar gedisciplineerd. Het was opnieuw een geslaagd Friesland‑weekend, waarin onbedaarlijk hard is gelachen. Alleen dat al maakte alles meer dan de moeite waard.

Werkzaamheden op het water rondom IJburg in 2026

In 2026 vinden er werkzaamheden plaats op en rond het water bij Buiteneiland, Strandeiland en Centrumeiland. Deze werkzaamheden maken deel uit van de verdere ontwikkeling van IJburg. Op het kaartje in het document hieronder zijn de werkzaamheden met nummers ingetekend.

⚠️ Blijf altijd buiten de gele boeien. Deze markeren de werkgebieden en zijn ingesteld in verband met veiligheid.

Overzicht werkzaamheden (zie kaart)

  1. Buiteneiland – aanleg van een laad- en loswal en het baggeren van de vaargeul.
  2. Buiteneiland – tijdelijk drijvend zonnepanelenveld.
  3. Strandeiland – tijdelijke loswal voor de aanvoer van onderdelen van de Vivian Maierbrug.
  4. Strandeiland – grondwerkzaamheden voor de waterkering bij het noordelijk stranddeel.
  5. Strandeiland / IJburgbaai – voorbelasting en aanleg van leidammen voor het toekomstige sluis- en brugcomplex.
  6. Centrumeiland (Noordpunt) – werkzaamheden op en rond het water in verband met herinrichting en verplaatsing van functies.
  7. Centrumeiland – ontgraving van de Wim Noordhoekgracht en aansluiting op de IJburgbaai.
  8. IJburgbaai – verwijderen van bestaande damwanden.

Korte rondje IJburg

Het “korte rondje IJburg” is al jarenlang niet mogelijk door de aanleg van onder andere Centrumeiland (vanaf 2013) en Strandeiland (vanaf 2018).
De werkzaamheden aan de Wim Noordhoekgracht (punt 7) zijn bedoeld om deze waterverbinding weer open te stellen. Naar verwachting duurt deze fase ongeveer een jaar, waarna het korte rondje weer gevaren kan worden.

📄 Meer informatie: Werkzaamheden op het water IJburg – april 2026.pdf

Tochten 2026

25 april Pampus – Uitdam – Durgerdam
Vertrek 10 uur. Over het IJmeer: ervaring op open water en redelijke conditie vereist. Zo’n 4 uur varen, tussendoor één of twee stops.  Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

30 mei Langs de forten van de Stelling van Amsterdam
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee zolang er plek is op de trailer. Om 9 uur rijdt de trailer met de kajaks erop weg, wees dus uiterlijk half negen op de club met al je spullen. We zijn op zijn laatst om drie uur terug. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

27 juni Rondje door de stad en/of door de sluizen en over het IJ
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee. Vertrek 10 uur. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

18 juli Rondje Weesp
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee. Vertrek 10 uur. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

29 augustus Rondje Waterland
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee zolang er plek is op de trailer. Om 9 uur rijdt de trailer met de kajaks erop weg, wees dus uiterlijk half negen op de club met al je spullen. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

26 september Rondje Marken vanaf Monnickendam
Over het Markermeer: ervaring op open water en redelijke conditie vereist. Zo’n 4 uur varen, tussendoor één of twee stops. Om 9 uur rijdt de trailer met de kajaks erop weg, wees dus uiterlijk half negen op de club met al je spullen. We zijn op zijn laatst om drie uur terug. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

31 oktober Kortenhoef
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee zolang er plek is op de trailer. Om 9 uur rijdt de trailer met de kajaks erop weg, wees dus uiterlijk half negen op de club met al je spullen. We zijn op zijn laatst om drie uur terug. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

Zaterdagochtend clubvaren: wind, wingfoilers en onbedoeld door de sluis

Afgelopen zaterdag gingen we weer clubvaren. Ondanks een windkracht 5 uit het noordwesten met vlagen richting 6 (de soort wind waarbij je peddel spontaan carrière overweegt als vlieger), was er verrassend veel animo. Best knap, zeker omdat later die dag een instructeurscursus gepland stond en zondag ook nog een KVB‑les uit het sportieve traject.

Net als we denken de enige gekken op de wereld te zijn, komt er een man aanlopen met koffers. Meerdere.
Altijd spannend.

Blijkt: hij is geen geheim agent, maar komt drones vliegen voor de tennisvereniging naast ons.
Ik dacht nog: “Maat… met deze wind? Succes!”
Maar hé, hij is de professional – wij zitten alleen maar in kleine bootjes op woelige baren.

Eerst binnendoor, later de golven op

Omdat de wind uit het noordwesten kwam, besloten we eerst binnendoor te varen. Daar was de wind in je snuit wat beter te verteren. Zo konden we daarna hopelijk een beetje met de wind mee buitenom weer terug

Bij de eerste hoek van het Buiteneiland kwamen we erachter dat het vandaag niet bepaald “smooth sailing” ging worden. De wingfoilers gierden voorbij met brede grijnzen: altijd een teken dat het voor ons vooral “hobbelig tot zeer hobbelig” gaat worden. Op Windfinder is groen leuk voor surfers, maar minder voor kajakkers met stijve heupen en stramme spieren.

Dus bleven we even dobberen in de IJburgbaai, totdat Jimmy opperde om achter de sluis – in de luwte – te keren. Daar ontdekten we een klein strandje én een steiger met een grote kist van de zeilvereniging.
In de zomer liggen daar die schattige mini‑zeilbootjes; pure nostalgie. Ik begon spontaan te mijmeren over watersportkampen voor de stadse bleekneusjes zoals vroeger op de Sloterplas. En serieus: hoe leuk zou een uitwisseling met zeil-, roei- en surfclubs op IJburg zijn?

Maar eerst: lunch.

Thee, boterhammen en plannen onder de nieuwe brug

Die kist bleek uitstekend zitmeubilair. Met een bakje thee en een boterham in de hand keken we uit over wat straks misschien wel een perfect zomeravond‑picknickpunt wordt zodra je onder de nieuwe brug door kunt varen.
Supermarkt en fastfood om de hoek… Maar ook een grote verleiding om dan te gaan borrelen.
(Niet verstandig. Helaas.)

Terwijl ik nog half verzon hoe we samen met de andere IJburgse watersportverenigingen watersportkamp/waterscouting achtige jeugdactiviteiten konden organiseren, werden we wakker geschud door geroezemoes: de sluiswachter was gespot, samen met een sloepje dat in wilde varen.

“Sluismeester, mogen we ook mee?”

Ik riep het voor de groep, en ja hoor: “Natuurlijk!” riep hij terug.
Gezellig praatje erbij over kajakken en het nieuwe vaarseizoen.

Toen iemand zei dat we ook wel over konden dragen bij de betonnen sluis, wuifde hij dat weg: “Ach, ik schut wel voor jullie — ik ben hier toch.”
En zo voeren we zomaar onbedoeld door de haven en de binnenwateren van Haveneiland.
Voor één van ons zelfs de allereerste keer in een sluis — gratis extra avontuur!

Ondertussen elders…

Bij terugkomst bleken de andere groep een zeer uitdagende tocht achter de rug te hebben. Volgens sommigen zelfs “iets over het randje van aangenaam”.
Bij de loods stond inmiddels een indrukwekkende rij boten, want de instructeurscursus was volop bezig.

Wij hadden genoten.
Van de wind, de golven, het onverwachte sluisavontuur — en van het simpele genoegen van thee op een kistje met uitzicht op het water.

Kortom: prima zaterdag. Zelfs met windkracht 5 en wingfoilers die lekker uit hun dak gingen.

🎉 Start binnenkort: de 2e editie van het Jaartraject Sportief Kajakken !

Wil je sterker, technisch beter kajakken en met vertrouwen door de golven?
Binnenkort starten we met de nieuwe editie van het Jaartraject Sportief Kajakken — hét programma voor iedereen met kajakambitie, lol in het leren en grenzen verleggen.

Tijdens dit intensieve traject werk je een jaar lang aan:

  • efficiënte peddeltechniek
  • stabiliteit, kracht & uithoudingsvermogen
  • beheersing in golven, wind en stroming
  • reddingstechnieken (terug in je boot na kapseizen)
  • veilig varen en in de groep oplossen van incidenten

👉 Klik hier voor uitgebreide info over dit traject

Introductieles Traject Sportief Kajakken – zaterdag 11 april

Wil je eerst kennismaken met de stijl, intensiteit en instructeurs van het sportieve traject?

De IJsbrekers

Door Jimmy.ai


Een veelbelovende woensdagavond

Op woensdagavond gingen Han, Carlo en Jimmy – drie mannen met een bewonderenswaardige minachting voor kanogear – clubvaren bij KOIJ, Kano op IJburg. Dat had natuurlijk al een waarschuwing moeten zijn: wie zichzelf “Kano op IJs” noemt, vraagt om problemen. Maar vooruit.

Onze vaste ijsmeester, Sipkema, had ons bovendien weer verzekerd dat het “prima te doen” was. Achteraf bleek ook dit advies vooral theoretisch van aard.

Het eerste incident: het spatzeil

Nog vóór ze het water zagen, begon het al. Jimmy klaagde dat hij z’n spatzeil kwijt was.

“Onmogelijk,” zei hij, “ik hád ’m net nog.”

Na drie minuten intensief zoeken – vooral verbaal – pakte hij resoluut een spatzeil uit een andere boot in container 10.

“Komt goed,” zei Jimmy monter. “Ik zet het wel even op de app.”

Dat klonk definitief, dus niemand durfde er nog wat van te zeggen.

Bij de steiger aangekomen keek Han plotseling bedachtzaam naar Jimmy’s boot.

“Wat hangt daar nou onder je boot?”

Een korte stilte. Een lichte buiging. En ja hoor: het originele spatzeil, trouw meegevaren, bungelend als een nat vaandel van schaamte. Jimmy zei niets. Dat was ook beter.

Het tweede incident: de peddel

Toen werd afgevaren. Of beter: geprobeerd.

Han – of was het eerder on(Han)dig? – had bij het instappen zijn peddel pontificaal op de steiger laten liggen. Even terug, even lachen, even doen alsof dit allemaal precies zo bedoeld was.

Het derde incident: de kano

Carlo had ondertussen een fundamenteler probleem: hij paste niet meer in zijn boot. De feestdagen hadden hun tol geëist. Te veel oliebollen, te veel Franse kazen, en te weinig zelfreflectie.

Zijn kano kraakte onheilspellend, alsof ook die zich afvroeg waar hij aan begonnen was.

Deze vrienden hadden nooit veel gehad met kanospullen, maar nu kregen ze problemen met het meest elementaire gereedschap: een spatzeil, een peddel en – in Carlo’s geval – zelfs de kano zelf.

Het ijs: eindelijk eer aan de clubnaam

Eenmaal op het water wachtte de volgende verrassing: ijs. Best veel ijs.

“Leuk!” riepen ze enthousiast, terwijl ze er dwars doorheen braken.

Het ijs kraakte heerlijk; menig gemiddelde ijsbreker zou er jaloers op zijn geweest. KOIJ deed zijn naam eer aan – Sipkema ongetwijfeld ook.

De terugweg: bijna thuis, maar toch niet

Op de terugweg sloeg de vrolijkheid echter om in lichte paniek. Bij nadering van de steiger zaten ze muurvast. Geen doorkomen aan. Ze waren er bijna, maar toch niet helemaal.

Na wat ineffectief gewrik en optimistisch peddelwerk besloten ze om te keren en via de andere kant terug te varen. Logisch. Achteraf altijd logisch.

Ze hadden het van tevoren kunnen weten. Carlo had eerder al een meerkoet over het water zien rennen. Dat is zelden een goed teken.

Nawoord van de invaller

Helaas is dit verslag geschreven door een invaller. Uw vaste reporter zit nog altijd vast op het ijs. Zijn telefoon veilig opgeborgen in een luik, voor niemand bereikbaar.

Ach ja. Wie mist ’m.


Van Kano naar Schaatsen op IJburg

Door Jimmy.ai

De groepsapp van Kano op IJburg trilde om 13:06 uur. Niet omdat er iets urgents was, maar omdat Sikpe een vraag stelde die hij elke woensdag stelde, ongeacht seizoen, gevoelstemperatuur of logisch nadenken:

“Wie komt er vanavond kajakken?”

Buiten lag IJburg erbij als een Scandinavische ansichtkaart waar niemand om had gevraagd. De steiger was wit, het water zwart en roerloos, en de wind sneed zo scherp dat zelfs de meerkoeten hun plannen hadden afgezegd. In de app bleef het even stil.

Om 17:46 kwam Jacobiene:

“Is het water al hard?”

Daarna Carlo:

“Mijn kajak voelt momenteel meer als een diepvriesproduct met zitje.”

Nog steeds geen definitief antwoord. Iedereen voelde het: dit was geen kano-avond. Dit was een warme-chocomel-en-levenskeuzes-avond.

Om 17:52 meldde Jimmy, altijd optimistisch:

“Gewoon goed aankleden. Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding.”

Toen stuurde Elmar een foto van de bevroren havenkom. Het ijs glansde uitnodigend. Iemand meende zelfs al schaatskrassen te zien, al kon dat ook hoop zijn.

Piet-Jan typte wat iedereen dacht:

“Misschien moeten we het voorlopig SOIJ noemen. Schaatsen op IJburg.”

Een korte stilte. Toen volgden de duimpjes, de sneeuwvlok-emoji’s en instemmende gifjes van mensen die hun kajak al mentaal hadden afgedroogd.

Sikpe probeerde nog:

“Maar… ik heb mijn kajak al op de auto liggen.”

Niemand reageerde.

Om 18:10 veranderde de groepsnaam:

Van: Kano op IJburg (KOIJ)
Naar: SOIJ – Schaatsen op IJburg ❄️⛸️

Sikpe ging die avond niet kajakken.
Maar hij schaatste wel.
Met een peddel in zijn hand. Voor de zekerheid.

❄️Wintervaren met oliebollenbonus 🦢🦅

Zaterdag: clubvaren. Op de app stonden zo weinig inschrijvingen dat je zou denken dat iedereen een winterslaap had ingezet. Zelfs de belofte van oliebollen na afloop trok geen hordes enthousiastelingen over de streep. Uiteindelijk waren we met vijf – een select gezelschap van winterdiehards.

De fietstocht naar de club was al een avontuur op zich: gladde wegen, sketchy bochten, en het gevoel dat je elk moment een pirouette kon maken. Eenmaal aangekomen bleek de sneeuw een onverwachte bonus. Je kon je kajak als sleetje naar de steiger trekken. Bij mij liet dat een oranje spoor achter – blijkbaar vond mijn boot het ook spannend.

Op het water gingen we met een slakkengangetje. Twee zwanen keken ons aan alsof ze wilden zeggen: “Serieus? In dit weer?” Maar wij hadden een missie. Even de baai in, en daar – tussen de kale bomen – zaten twee zeearenden. Vogelaars staan daar soms uren te turen vanaf de dijk zonder iets te zien, en wij hadden gewoon dik geluk. Toen ze een stukje gingen vliegen, zagen we ze in volle glorie. Magisch.

Ondertussen begon de kou zijn werk te doen. De neopreenbrigade kreeg het koud, terwijl ik in mijn droogpak heerlijk zat – op mijn gezicht na, dat voelde als een bevroren pizza. Onze bonte verzameling mutsen en petten maakte duidelijk: in de winter gaat alle schaamte overboord. De kouwkleunen wilden gas erop, Muiden aantikken en snel terug. Ik zat intussen klem in de kuip door winterkilo’s en lagen kleding. Volgens mijn berekeningen heb ik een jaar nodig om weer op een gezond gewicht te komen. Dus: of afvallen, of een boot met XL-kuip.

De lucht werd dreigend, alsof er elk moment een piratenschip uit kon komen. Toen begon het te “snagelen” – een mix van sneeuw en hagel, korrels maar niet hard. We concludeerden dat de Eskimo’s hier vast een woord voor hebben. Het bleef even liggen op het water, maar smolt snel weg. Gelukkig maar, want met ijs gaan we schaatsen, niet kajakken.

Terug bij IJburg lag er een pak sneeuw op de steiger. Na het opruimen van de boten en het uitpellen van lagen kleding, zaten we aan koffie, thee en – jawel – de beloofde oliebollen. Vanaf maandag begint het dieet. Echt.

Drie Z-en en een K (Amsterdam Light Festival 2025 – 2026)

Ruim voor zessen stond ik al met mijn fietsje bij de Appie, alsof ik een kind was dat eigenlijk bij de voetbalclub moest zijn. Alleen stond ik daar in een knaloranje anorak, mijn clubgenoot al in zijn zwemvest en de derde met peddels uit de fietstas steken. Het was een soort carnavalsoptocht op wielen, maar dan over een ijskoude kanaaldijk richting Oost.

Bij KVZ aangekomen bleek het een internationale bijeenkomst: Zutphen, Zoetermeer en wij. De tochtleider had er een thema van gemaakt: drie Z-en en een K. Volgens mij begint Kanovereniging Zeeburg ook met een K, maar dat terzijde. Wij mochten het clubmateriaal lenen — mooi spul, al had ik de pech dat mijn voetsteun niet vergrendelde. Gelukkig was het water tam, dus geen nat pak.

Op de Amstel moesten we wachten: het gemotoriseerde vaarverkeer werd een kwartier stilgelegd. Eerst mochten wij voor de roeiers uit, maar halverwege moesten we diezelfde stoet voorrang geven. Dat ging op de krappe grachten en onder de bruggen niet bepaald met Formule 1‑tempo. Ondertussen werden wij op de kant gesommeerd door een vrijwilliger die vond dat kajakkers niet mochten stoppen. Jammer, want een van de KVZ‑leden had bij elke TL‑balk en LED‑lamp een verhaal over de kunstenaar. Voor negen euro entree mag je toch wel een fotootje maken, dacht ik.

De vrijwilliger vroeg later ook nog wie de leiding had, nadat ik hem eerder straal genegeerd had. Ondertussen was onze voorvaarder door alle verhalen eerder een achtervaarder geworden, en kon ik hem niet meer koppelen aan onze fietsende kampbewaarder.

Na de Brouwersgracht ging het via het Singel terug. Bij de Muntbrug moesten we achter elkaar varen, wat natuurlijk weer kleine botsingen opleverde. Ik was er toen wel klaar mee: afsnijden, plots stoppen, niet nadenken over een uitzwenkende achtersteven… het leek meer op botsautootjes dan op kajakken. Gelukkig bleven de imitaties van Amsterdamse accenten en het zingen van Ciske de Rat achterwege.

Het laatste stuk, vanaf het Scheepvaartmuseum ging de vaart er weer in. Bij de club: hup, boot in het rek, geleend materiaal opbergen, een enkeling het neopreen omwisselen voor burgerkleding en terug op het fietsje naar IJburg. Gelukkig hoefden we niet nog naar de club om boten af te laden.

Het was gezellig, een beetje chaotisch en lekker fris — precies zoals een winterse kanotocht hoort te zijn. Volgend jaar weer!

Translate »