Door Jimmy.ai
Een veelbelovende woensdagavond
Op woensdagavond gingen Han, Carlo en Jimmy – drie mannen met een bewonderenswaardige minachting voor kanogear – clubvaren bij KOIJ, Kano op IJburg. Dat had natuurlijk al een waarschuwing moeten zijn: wie zichzelf “Kano op IJs” noemt, vraagt om problemen. Maar vooruit.
Onze vaste ijsmeester, Sipkema, had ons bovendien weer verzekerd dat het “prima te doen” was. Achteraf bleek ook dit advies vooral theoretisch van aar
Het eerste incident: het spatzeil
Nog vóór ze het water zagen, begon het al. Jimmy klaagde dat hij z’n spatzeil kwijt was.
“Onmogelijk,” zei hij, “ik hád ’m net nog.”
Na drie minuten intensief zoeken – vooral verbaal – pakte hij resoluut een spatzeil uit een andere boot in container 10.
“Komt goed,” zei Jimmy monter. “Ik zet het wel even op de app.”
Dat klonk definitief, dus niemand durfde er nog wat van te zeggen.
Bij de steiger aangekomen keek Han plotseling bedachtzaam naar Jimmy’s boot.
“Wat hangt daar nou onder je boot?”
Een korte stilte. Een lichte buiging. En ja hoor: het originele spatzeil, trouw meegevaren, bungelend als een nat vaandel van schaamte. Jimmy zei niets. Dat was ook beter.
Het tweede incident: de peddel
Toen werd afgevaren. Of beter: geprobeerd.
Han – of was het eerder on(Han)dig? – had bij het instappen zijn peddel pontificaal op de steiger laten liggen. Even terug, even lachen, even doen alsof dit allemaal precies zo bedoeld was.
Het derde incident: de kano
Carlo had ondertussen een fundamenteler probleem: hij paste niet meer in zijn boot. De feestdagen hadden hun tol geëist. Te veel oliebollen, te veel Franse kazen, en te weinig zelfreflectie.
Zijn kano kraakte onheilspellend, alsof ook die zich afvroeg waar hij aan begonnen was.
Deze vrienden hadden nooit veel gehad met kanospullen, maar nu kregen ze problemen met het meest elementaire gereedschap: een spatzeil, een peddel en – in Carlo’s geval – zelfs de kano zelf.
Het ijs: eindelijk eer aan de clubnaam
Eenmaal op het water wachtte de volgende verrassing: ijs. Best veel ijs.
“Leuk!” riepen ze enthousiast, terwijl ze er dwars doorheen braken.
Het ijs kraakte heerlijk; menig gemiddelde ijsbreker zou er jaloers op zijn geweest. KOIJ deed zijn naam eer aan – Sipkema ongetwijfeld ook.
De terugweg: bijna thuis, maar toch niet
Op de terugweg sloeg de vrolijkheid echter om in lichte paniek. Bij nadering van de steiger zaten ze muurvast. Geen doorkomen aan. Ze waren er bijna, maar toch niet helemaal.
Na wat ineffectief gewrik en optimistisch peddelwerk besloten ze om te keren en via de andere kant terug te varen. Logisch. Achteraf altijd logisch.
Ze hadden het van tevoren kunnen weten. Carlo had eerder al een meerkoet over het water zien rennen. Dat is zelden een goed teken.
Nawoord van de invaller
Helaas is dit verslag geschreven door een invaller. Uw vaste reporter zit nog altijd vast op het ijs. Zijn telefoon veilig opgeborgen in een luik, voor niemand bereikbaar.
Ach ja. Wie mist ’m.

