Gewestelijke Kano avondvierdaagse 2026

Een prachtige start van vier avonden kanoën – door Marja

Maandagavond 15 juni ging de 52e Gewestelijke Kano Avondvierdaagse van start in Wormer. Hierna volgen nog KV Gaasperplas, KV Uitgeest en KV de Geuzen Zaandam. 

Na een paar frisse en stormachtige dagen op IJburg, met een stevige westenwind, werden we ineens getrakteerd op een heerlijke, rustige zomeravond. Betere omstandigheden om de Avondvierdaagse te beginnen hadden we ons nauwelijks kunnen wensen.

Voor KOIJ stonden PJ, Mery, Jacobiene, Willem, Peter en Marja aan de start. Er waren totaal iets meer dan 20 Kajakkers, dus KOIJ was goed vertegenwoordigd. Dankzij Sipke, die de clubboten al op zondagavond met de trailer naar Wormer had gebracht, konden we zo het water in. De start vond plaats bij KV de Zwetplassers, eerst een klein stukje naar Kanocentrum Arjan Bloem, waar we een kanosaluut brachten ter nagedachtenis aan onder andere Arend Bloem, Piet Aafjes en Jos Conijn, drie grote namen uit de kanowereld. 

Daarna begon een schitterende tocht door het Wormer- en Jisperveld. We peddelden langs de vele kleine windmolentjes, grazende koeien en genoten van de uitgestrekte vergezichten. Dit natuurgebied is het grootste aaneengesloten veenweidegebied van West-Europa en staat bekend om de honderden kleine weilanden, gescheiden door smalle sloten en rietkragen. 

Op sommige smalle stukken was het zo ondiep dat het voelde alsof je door een dikke laag stroop aan het varen was. Gelukkig werden die afgewisseld met grotere wateren zoals de Zwet, de Poel en de Merken, waar we weer heerlijk konden doorvaren.

Tijdens het gouden uur keerden we terug richting KV De Zwetplassers. Het zachte avondlicht gaf het landschap een extra bijzondere sfeer en vormde een prachtige afsluiting van de eerste avond.

De conclusie was unaniem: de eerste avond was een groot succes. Mooi weer, een prachtige route, gezellige deelnemers en een perfecte start van de Gewestelijke Kano Avondvierdaagse. 

Avond 2: Gaasperplas – door PJ

Op de tweede avond van de Gewestelijke Kano Avondvierdaagse stond de Gaasperplas op het programma.

KOIJ was vertegenwoordigd door Peter en PJ. De boten lagen al klaar bij KV Gaasperplas en we waren benieuwd wat de route zou brengen. Buiten een rondje over de plas zelf verwachtten we eerlijk gezegd niet al te veel vaarmogelijkheden.

Dat bleek gelukkig mee te vallen. Via de verschillende watergangen in de wijken Gaasperplas, Reigersbos en Gein konden we een verrassend afwisselende route varen. Op sommige plekken moesten we ons een weg banen door een zee van waterlelies, wat zorgde voor een bijzonder decor.

De bewoners langs de route keken soms verbaasd op toen de armada van meer dan dertig kajaks rustig voorbij kwam glijden. Om weer terug op de Gaasperplas te komen, was onderweg wel een korte overstap nodig. Een houten steiger vormde hier een natuurlijke onderbreking van de route. Eén voor één uitstappen, de kajak overzetten en vervolgens weer instappen. Met een groep van ruim dertig kajakkers kost dat natuurlijk wat tijd, maar het verliep soepel.

Het laatste deel van de tocht voerde ons over de Gaasperplas zelf, waarna we weer terugkeerden bij het clubgebouw van KV Gaasperplas.

Na afloop werden de kajaks weer op de trailer van Martin geladen, zodat alles klaarstond voor de volgende avond en het volgende startpunt van de Avondvierdaagse.

Avond 3: Uitgeest – door Marja

Na twee mooie avonden stond woensdag de derde etappe van de Gewestelijke Kano Avondvierdaagse op het programma. Dit keer waren PJ, Peter, Mery en Marja we te gast bij KV Uitgeest, met een prachtige route door het waterrijke landschap rond het Uitgeestermeer.

Vanaf een piepklein steigertje bij de parkeerplaats voeren we al snel de natuur in. Het gebied rond Uitgeest is een heerlijke afwisseling van open water en beschutte vaarten. Op het Uitgeestermeer hadden we weidse uitzichten, terwijl we even later weer tussen wuivende rietkragen en groene oevers peddelden. Langs de kant graasden koeien en schapen. Ook de vogels lieten zich goed horen, Mery heeft er 12 gespot, naast de uiteraard altijd luidruchtig aanwezige ganzen. 

De route voerde ons langs oude dijken, karakteristieke stolpboerderijen en een nog altijd draaiende poldermolen. Het is bijzonder om te bedenken dat dit landschap al eeuwenlang door mens en water samen is gevormd. Vanaf een kajak zie je pas hoeveel rust en ruimte dit gebied eigenlijk te bieden heeft.

Het weer werkte opnieuw uitstekend mee. Met een aangename temperatuur en een prettig windje was het heerlijk varen. Toen de zon langzaam lager kwam te staan, kleurde het water goud en voeren we terug naar de kanovereniging. Ook de derde avond was er eentje om met veel plezier op terug te kijken.

Nog één avond te gaan: de slotetappe in Zaandam! 🚣☀️

Avond 4: Zaandam – door PJ

De vierde en laatste avond van de Gewestelijke Kano Avondvierdaagse werd gevaren bij KV De Watergeuzen in Zaandam. Naast Peter en PJ was vandaag ook Han van de partij.

De start verliep wat moeizaam. Na drie avonden varen begon de vermoeidheid hier en daar wellicht een rol te spelen en leek het enthousiasme iets minder uitbundig dan aan het begin van de week. Maar eenmaal op het water was dat snel vergeten.

Het vaargebied van De Watergeuzen is afwisselend en biedt een mooie combinatie van natuur en stedelijk water. Daardoor werd het opnieuw een aantrekkelijke en gevarieerde route om te varen.

Zoals ieder jaar werden de verrichtingen van alle deelnemers nauwkeurig bijgehouden op een stempelkaart. Aan het einde van de avond kregen de deelnemers die alle vier de avonden hadden meegevaren een fraaie herinneringsmedaille uitgereikt. Een mooie beloning voor vier gezellige en sportieve avonden op het water.

Al met al was ook de 52e editie van de Gewestelijke Kano Avondvierdaagse weer een geslaagd evenement, met mooie routes, veel kanoërs uit verschillende verenigingen en volop gelegenheid om nieuwe vaargebieden te ontdekken.

Zet de Avondvierdaagse voor volgend jaar alvast in je agenda: week 25 is traditiegetrouw de week van de Gewestelijke Kano Avondvierdaagse. We hopen ook dan weer op een mooie opkomst van KOIJ-leden!

Zonnige rondtocht rond Haarlem

Afgelopen zaterdag viel alles op z’n plek: windstil, warm en zon die meteen serieus werk maakte van onze gezichten. Dus nog vóór vertrek werd er fanatiek gesmeerd — om een rooie neus met blaren te voorkomen.

Om half negen lagen de boten al op de trailers en om negen uur reden we keurig weg. De trailer was netjes 4×2 geladen, al ontstond er nog een korte maar gepassioneerde discussie over aerodynamica en de vraag of de kuipen naar binnen of buiten moesten. Dat soort vraagstukken trek ik om kwart voor negen ’s ochtends niet en dat heb ik even gemeld, een kanotrailer heeft sowieso de airodinamica van een tractor dus waar hebben we het over.

In Haarlem werden we vriendelijk ontvangen door iemand van de lokale kanovereniging, die het hek al had geopend en ons van de sleutel voorzag. De kantine was een feest der herkenning: er is daar een compleet frituurarsenaal aanwezig, bij terugkomst bleek hij helaas niet open.

Er gaan geruchten dat de gemeente plannen heeft met het terrein en dat de charmante clubgebouwen mogelijk plaats moeten maken voor containers. Wij hebben alvast aangeboden om indien nodig collectief bij het gemeentehuis op te duiken. Je staat er als kanovereniging tenslotte niet alleen voor.

We kozen ervoor om linksom te gaan, het beste voor het laatst bewarend. Via het Zuider Buiten Spaarne peddelden we langs een wijk die er zó netjes bij lag dat je bijna fluisterend voorbij ging. Inclusief een roeivereniging waar alles net iets te recht en te strak oogde — Heemstede, zo werd bevestigd.

Daarna de Ringvaart op, aangelegd in 1632. Altijd prettig als iemand onderweg even een historisch detail dropt, dat geeft het gevoel dat je niet alleen aan het recreëren bent maar ook nog iets leert.

Na een kilometer of vijf lonkte het eerste terras al. Een moedige poging, maar collectief vonden we dat iets te ambitieus voor dat moment van de dag. Bij Vijfhuizen bleek ergens een fort te liggen, verstopt achter woonschepen. Zo goed verstopt zelfs dat we het vakkundig misten — houden we tegoed.

Bij Fort bij de Liebrug werden we welkom geheten door bordjes in een toon die weinig aan de verbeelding overliet: aanmeren streng verboden. Ze zagen eruit alsof ze er al hingen sinds de eerste steen van het fort was gelegd, dus we namen het maar serieus.

Gelukkig vonden we even later een prima plek om aan land te gaan. Niet officieel, niet aangewezen, maar goed genoeg. We hebben er opvallend lang liggen soezen in de zon, totdat we gezelschap kregen van twee paarden die ons waarschijnlijk beoordeelden op ons ligcomfort en picknickstrategie.

Daarna weer het water op, langs nog meer forten — sommige duidelijk zichtbaar, andere meer suggestief aanwezig.

Via Spaarndam bereikten we uiteindelijk het IJ. Altijd leuk om te beseffen dat die naam teruggaat op aqua, al hebben de West-Friezen daar in de loop der tijd iets compacters van gemaakt. Taal mag ook efficiënt zijn.

Na een afgesloten brug te zijn onder gevaren, waar we niet voorbij de sluisdeur konden, klommen we even uit de boten en verkenden een charmant straatje. Er werd nog een dappere poging gedaan richting een terras, maar kennelijk was de klik er niet, want we stonden verrassend snel weer bij de boten.

Een bordje bij een muziektent leerde ons dat de plaatselijke harmonie al in de jaren zestig was opgeheven, met maar 100 inwoners hebben ze het nog lang volgehouden.

Via het Noorder Buiten Spaarne gingen we terug richting Haarlem. Op de oude Droste fabriek prijkt de herkenbare verpleegster met dienblad, de fabriek is inmiddels een hippe woonwijk. We komen daar langs de Prins Willem Zeeverkenners in Haarlem, hun clubhuis is bijzonder: dat is een oud marineschip (mijnenveger Hr. Ms. Naaldwijk.

En toen, als kleine bonus, een omweg door de grachten van Haarlem. Smalle doorgangen, mooi oud centrum, en ineens een beetje het gevoel dat je in een compactere versie van Amsterdam vaart, maar dan zonder de rondvaartboten die je van je sokken dreigen te varen.

In het centrum werd het drukker en levendiger, met bootjes in alle soorten en maten. Maar we vonden het inmiddels vertrouwde smalle doorgangetje naar de kanosloot en meerden weer aan.

Bij het opladen bleek nog een praktisch leermoment: mijn nieuwe kajak is net iets enthousiaster qua breedte dan de trailer had ingecalculeerd. Volgende keer dus strategisch stapelen — ook weer opgelost.

Terug naar IJburg, met een lichte vermoeidheid, een tevreden hoofd en het overtuigende gevoel dat dit precies zo’n dag was zoals je ’m hoopt.

Kamper Kano Kampeer Klassieker 2026 – Nat, winderig en ontzettend mooi

PJ en ik togen het Hemelvaartweekend naar Kampen voor de 4K. Voor mij begon het avontuur eigenlijk al onderweg: ik was uit mijn kajak gegroeid en PJ was zo aardig om via Zutphen te rijden zodat ik een andere kon ophalen. Het bleef een gok, maar eenmaal in Overijssel bleek dat gelukkig goed uit te pakken – ik stond niet zonder boot en de nieuwe zat meteen goed. Sterker nog: daar zou ik gelijk 100 kilometer mee gaan varen.

Het weer werkte iets minder mee. Onderweg kregen we al hagel en de toon was gezet: het zou een koud en nat Hemelvaartweekend worden.

Woensdag – aankomst en voorbereiding

De Schonevaarders in Kampen hadden hun terrein al opengesteld voor kampeerders. Tentje snel opgezet, wat eten geregeld (we hadden ons kookgerei in de kajak laten zitten – er was immers een KFC gespot) en op tijd terug voor de briefing. Alles was keurig voorbereid: een informatieboekje en GPX-routes hadden we al in bezit.

De volgende ochtend begon met een groepsfoto op het water en het registreren van de vertrektijd. Niet afmelden betekende zoekactie – dus de organisatie nam het serieus.

Dag 1 – Kampen naar Vollenhove (±30 km)

We volgden braaf de GPX-route (varianten bewaren we voor een volgende keer). De tocht voerde via de IJsseldelta richting het Zwarte Meer en uiteindelijk naar Vollenhove.

Het Zwarte Meer liet zich meteen gelden: stevige wind en golfslag. Gelukkig bleek mijn nieuwe kajak een stuk stabieler dan mijn vorige. Dat gaf vertrouwen.

Vollenhove, ooit een stad aan zee, voelde voor mij meer als een dorp. We kampeerden bij de Botterwerf en het strandpaviljoen en konden gebruik maken van de campingfaciliteiten. ’s Avonds aten we in een klassiek oud-Hollands Chinees-Indisch restaurant: schreeuwerig Chinees vrouwtje, vergeelde inrichting, sambal- en sojaflesjes op tafel – precies zoals het hoort.

Dag 2 – Vollenhove naar Belt-Schutsloot (±20 km)

De dag begon zoals alle volgende dagen ook zouden beginnen: natte tent inpakken.

De route liep via het Vollenhovermeer richting Blokzijl, met daarna volop keuzemogelijkheden door de Wieden en richting Dwarsgracht en Giethoorn.

Blokzijl was charmant, maar vooral Dwarsgracht maakte indruk: Giethoorn zonder de toeristen. De Wieden zelf waren prachtig, met rietvelden die voor dakbedekking worden gebruikt. De Beulakerwijde was weer een klotsbak, maar gelukkig vonden we snel de oversteek.

Op camping ’t Hoogland van de NCC stonden we op een keurig onderhouden terrein. Het gras was net gemaaid – en dat zouden we nog dagen later terugvinden in onze tent en boot.

We hadden via Google in Belt-Schutsloot een perfecte combinatie van snackbar en café. We hingen met de stamgasten uit het nabijgelegen vakantie trailerparkt aan de bar. We bestellen tennisbalformaat gehaktballen met friet die we aan de bar opeten. Andere gasten volgden ons voorbeeld – ze overlegden eerst wat ze met eten gingen doen waarbij koken geen optie leek.

Dag 3 – Belt-Schutsloot naar Kampen (±25 km)

Deze dag stond in het teken van water én gezelligheid. Via de Wieden en Zwartsluis voeren we richting het Zwarte Water en uiteindelijk weer naar Kampen.

In Zwartsluis bleken net de Nationale Sleepbootdagen te zijn: prachtig onderhouden historische schepen en trotse eigenaren.

Op de braderie kwamen we een oude worstenmaker tegen met lokale specialiteiten. Hij klaagde dat in Amsterdam minder varkensvlees wordt gegeten, wat PJ bijzonder jammer vond vanwege zijn favoriete worst. We namen een maandvoorraad mee en gingen onderweg voor de zekerheid nog even een gebakken visje eten, je moet altijd eten als er gelegenheid is. De rest van de kajakkers bleek in een koffietentje te zijn gebleven, opwarmen.

‘Later ’s avonds, bij een sluis zagen we nog een klein nautisch drama van bovenaf: een bejaard stel in een jachtje dat niet begreep hoe ze moesten manoeuvreren en lag tegen de sluisdeur te wachten, terwijl een sleep met scoutingbootjes uit moest. Ze luisterden nog naar de sluismeester nog naar de scouting kapitein maar de logge stalen sleepboot en het vooruitzicht op blauwe striping maakte dat ze toch iets naar achter gingen.

Die avond sloegen wij de pizza-avond over en liepen naar een prachtig eetcafé in Kampen. Prachtig oud pand, houten bar, twintig bieren op tap – en ik koos gewoon pils. Wel at ik daar de beste burger ooit. Kampen is fraai, daar wil ik nog eens terug.

Dag 4 – terug naar Skonenvaarder (±20 km)

De laatste dag voerde via de IJsseldelta terug naar Kampen.

Wij kozen voor de lange versie van ongeveer 20 km, terwijl veel deelnemers – moe van regen en wind – voor de korte route gingen. Met een paar gelijkgestemden maakten we er nog een mooie tocht van, inclusief een omweg langs eilandjes die doen denken aan het gebied bij Ballast.

Uiteindelijk kwamen we op tijd in IJburg terug en had ik zelfs nog energie over voor boodschappen.

Terugblik

Het was nat, soms guur en hier en daar pittig, maar vooral een prachtige tocht door een van de mooiste vaargebieden van Nederland: de IJsseldelta en de Weerribben-Wieden.

De organisatie was strak, de routes goed voorbereid en de vrijheid om te variëren groot.

Voor ons staat één ding vast: we komen terug. Misschien met beter weer – maar zeker met hetzelfde plezier.

Friesland weekeinde 2026

De dag begon zoals je hoopt dat hij eindigt: traag, loom en met logistieke twijfel. Bij het opladen van de kajaks bleek er plots één niet langer bereid zich fatsoenlijk op zijn zij te laten leggen. Na enig gesjor, getrek en het sluiten van een voorlopig vredesakkoord met de zwaartekracht, volgde een onvermijdelijk en kennelijk essentieel kopje koffie. Pas toen was Molkwerum überhaupt een optie.

De lokale camping deed sterk denken aan een trailerpark uit een Amerikaanse film, zij het zonder ironie. Helemaal achterin lag een veldje waar onze tenten zich mochten schikken tussen het permanente wonen. Een gespierde Fries met tatoeages op zijn kuiten kwam informeren of wij wisten hoe hard we reden. Ik grapte dat het hooguit 50 was. Hij bleek de campingbaas. Stapvoets, zo leerde hij ons. Onze chauffeur maakte een schuldbewuste handbeweging, mompelde wat vriendelijkers en de-escalatie trad in.

Douchen ging met pasjes en €5 borg. Gelukkig douche ik maar eens per week, dus tenzij ik zou kapzijzen liet ik de douche een dagje voor wat het was, te veel gedoe. Ondertussen arriveerden onze Friese vrienden van de kanoniers, voorzien van suikerbrood en iets wat eruitzag als taai-taai maar wat knijter hard bleek te zijn, het leek mij uit een archeologische opgraving.

Na enig geluier en opvallend frequente toiletbezoeken – het toilet lag exact tien minuten lopen, wat elke aandrang immediatel existentieel maakte – begaf een enkeling zich richting water. De tewaterlating van elf kajaks vanaf een steigertje ter grootte van een snijplank verliep traag. We zijn bij KOIJ verwend met ons vliegdekschip. Alsof dat nog niet genoeg was, arriveerden er nog een paar laatkomers die hun complete samoerai-uitrusting aan kanogear ter plekke moesten finetunen.

De tocht richting Hindeloopen verliep door een dijk­sloot zonder zijwegen, dus verdwalen was theoretisch onmogelijk. Na één anekdote bij een badpaviljoen – tevens de enige bezienswaardigheid – bereikten we het dorp. Hindeloopen bleek een Anton Pieck-waardige kruising tussen Volendam en de Zaanse Schans. Winkeltjes boden lokaal textiel van discutabele esthetiek en prullaria met een verhaal maar zonder toekomst.

Mijn missie was de viskraam aan de haven. Ik worstelde mij door de toeristenmassa. Er bleken er twee; Google reviews gaven uitsluitsel. Na het afgaan van tien andere piepers kreeg ik mijn lekkerbek. Die was foutloos. Hemels. Een zeldzame 10/10. Inmiddels zat de hele club aan de picknicktafels.

De sluis werd met de hand bediend door een Aziatisch kindje, bijgestaan door een sluiswachter die tevens havenmeester was en eerst nog wat florijnen inde. Zijn forse rottweiler hield toezicht. Op verzoek maakte hij een groepsfoto en gooide de camera vanaf de hoge kade weer terug naar de tochtleider, wat spanning toevoegde.

Op het IJsselmeer klonk een fluit en een brul. Ik bevond mij tussen twee Friezen die zeker wisten dat we een koers van 180 graden moesten varen, wat wonderbaarlijk strookte met mijn GPS-horloge. Toch hadden we kennelijk een onzichtbare natuurstrook geschonden. Na een preek van de voorvaarder, die achtervaarder was geworden en zich ophield tussen de treuzelaars, hielden we nog even koers op het golvende water.

Het strandje kwam in zicht. Na het uitklauwteren trokken we de boten over dijk, pad, een steile houten brug met uitglijlatjes en uiteindelijk over het gras naar het tentenkamp. Onder het mom van helpen kwam een jeu-de-boules-spelende Duitser een praatje maken. We pelden het neopreen af en schakelden terug naar ruststand.

s Avonds op naar het restaurant. Eerst een drankje op het terras. Op het menu lazen we over de herkomst van de naam van het restaurant, die mij eerst Italiaans aandeed maar in werkelijkheid verwees naar de historische handel in gezouten zwanenvlees, verkocht aan onder meer de Amsterdamers. Er stond geen zwaan op het menu. Engelse zwanen zijn eigendom van het koningshuis, maar in Nederland viel daar niets over te vinden. Wel een recept. De IJburgse zwanen lijken dus richting de volgende club‑BBQ juridisch vogelvrij.

Daarna naar binnen voor het hoofdgerecht. We werden op de hoogte gesteld van de begin-van-het -seizoenvergadering van een half uurtje waarvan ze hoopten geen dat we er geen overlast van zouden ondervinden. Dat bleek een misvatting, ze zouden ons zo straks wat beter leren kennen. De oudjes druppelde langzaam binnen en kregen slagroomtaart. Ik had warme herinneringen aan het bejaardenhuis van mijn opa en oma.

Een tafel met goedkope huishoudelijke elektra – citruspersen, broodroosters – bracht sommigen al in een lacherige stemming. Het bleek onderdeel van de bingo‑prijzeninkoop, die kennelijk niet langer uit kon. Zelfs goedkope elektronica was duur geworden. Het beruchte bingoplankje, waarvan er vorige keer maar liefst 84 verkocht waren, was na uren vergaderen, hier en daar een traantje en zichtbaar existentieel leed verhoogd van €8 naar €10. Een deel van de prijzen was voor de  de verloting waarvoor de lootjes maar 50 cent kosten. Ik zou het wel weten! De vergadering bleek niet alleen over bingo en verloting te gaan maar ook over de musicale omlijsting van Pinksteren, de bonte avond en de gehele versoberde animatieplanning van het grijze vakantie oord. De bewonersmutaties volgde, alles voorgelezen van een poepsaaie PowerPoint door wie vermoedelijk de dochter van de campingbaas was. Eén mutatie betrof een overlijden. Een minuut stilte volgde.

Die minuut duurde heel lang.

Drie van ons kregen een onbedaarlijke lachbui. Onderdrukking faalde. De minuut was te groot. We vluchtten naar buiten. De rest, minder schijtmelig, volgde later voor de zonsondergang op de dijk.

Toen naar bed. Morgen wacht ongetwijfeld weer een dag vol stapvoets vooruitgang en onverwachte levenslessen.

Dag twee – een natte bedoening

Voor de nacht was code geel afgegeven, al waren de onweersbuien vanaf zeven uur als een vlucht op Schiphol tijdens een staking van de verkeersleiders telkens met een paar uur uur verlaat. Vanaf de zonsondergang zij we getrakteerd op een kikkerconcert dat deed denken aan dat liedje met zingende kikkers in de Efteling vroeger. Dat gaat niet meer uit mijn hoofd. De buren hielden zich al vroeg bezig met het opklappen van een vouwwagen. Ik bespeurde mansplaining: over de natuurkundige principes achter het inklappen van het keuken­element, doorspekt met een passief‑agressief betoog over de juiste opberglocatie van “de stokken”. Gezellig.

Ook wij begonnen ons tentje af te breken en alles in de auto’s te laden. Er is weer koffie uiteraard. Ik tik alvast een verslagje van gisteren; als ik allen op pad was, zou ik om acht uur vertrekken , maar na onderhandeling werd dat eerst elf en toen tien uur. We zullen zien of we het in dit tempo gaan redden. Het is helaas dik bewolkt. Het tochtplan is ingekort met vijf kilometer. Stavoren geschrapt. Jammer, het is een charmant havenplaatsje, maar vooruit.

Gisteren hadden we het IJsselmeer gepakt vanwege de weersvoorspelling. Die zat er, zoals wel vaker, naast. Code geel vannacht voor onweersbuien en harde wind bleek een miezerig buitje en een briesje dat zijn naam niet mocht dragen. Resultaat: wel alles nat inpakken. In plaats van factor 50 smeren ging vandaag de anorak aan.

Drie dames vonden kamperen toch iets te barbaars en hadden gekozen voor een hutje en een fietsvrienden‑adresje achter een kerk. Voor die laatste optie werd bij de camping een fiets gehuurd, omdat het “niet‑vrienden‑van‑de‑streekbus” betrof. Ik vraag me sowieso af of hier ergens openbaar vervoer rijdt.

De trailer en auto’s werden van de camping gereden. Daarna, geheel volgens traditie, flink getreuzel. Uiteindelijk ligt het spul in het water. We starten door piepkleine slootjes, watersteegjes door Molkwerum (Fries: Molkwar). Het dorp telt 165 woningen, die we inmiddels stuk voor stuk hebben bewonderd.

We varen verder door een sloot tussen weilanden die net zo goed in West‑Friesland had kunnen liggen. Ik begrijp ineens de naam. Er wordt een ijsvogel gespot. Even later rent een ree over een bruggetje. Te snel voor een foto, maar wel aanwezig genoeg om collectief te bevestigen dat dit “toch wel heel mooi” is.

Via het Johan Friso‑kanaal en de Geeuw komen we op de Mora terecht (Fries voor meer). Plots is er dringend behoefte aan een plaspauze. Er wordt gezocht naar dat ene eilandje met steiger. Na enig rondtollen in een havenkom van een recreatiebedrijf dringt ook bij onze plasplekscout het besef door dat dit eilandje waarschijnlijk nooit bestaan heeft.

Het restaurant dat ik als een ware Holle Bolle Gijs samen met alle lunchopties voor beide dagen had opgegeven waren we al voorbij gevaren. Gelukkig verklapt een zeilbootkapitein de route naar een Grant‑Place‑achtige voorziening die kennelijk elk bungalowpark verplicht moet hebben. We laveren door kilometers steigers en beklimmen hoge steigers, iets wat ik graag voor de KVB genoteerd zie. Omdat een van de dames mijn boot stabiliseert terwijl ik eruit hijs, telt deze poging helaas niet.

We gebruiken een imposante waterglijbaan als route punt en vinden de snackbar‑winkeltje‑zwembad‑restaurant‑bowlingbaan‑unit even verderop. In volledige kajakoutfit betreden we Grand Café It Skippershûs. De anderen hebben wat uitrusting achtergelaten; ik draag nog spatzijl en zwemvest en zie geen enkele reden tot schaamte.

In de kelder wordt de felbegeerde toiletunit intensief bezocht. We eten centimeters dikke boterhammen met XXL‑kroketten en mosterdsoep, die ook gewoon als “dagsoep” wordt ingezet. We zitten aan een hoge tafel met dito krukken, omdat we de verleidelijk ogende ronde bank niet nat willen maken.

Bij het instappen is er keuze: van de hoge steiger afdalen of zittend in de kajak van de botenhelling af glijden. Wij liggen al klaar om de voorzitter uit het water te vissen of het onfortuinlijke avontuur te filmen. Het gaat goed. De spanning ontlaadt zich in luid gejuich.

Na praatjes met vakantievierders die zichtbaar niets anders te doen hebben in deze recreatie‑oase, vervolgen we onze tocht over het Johan Friso‑kanaal richting een plas die achtereenvolgens de Holken, Oarden, Fluessen en Swarte Wâlde heet. Er hangen geen straatnaambordjes, maar ik heb het even opgezocht. Het geheel is uitgesleten tijdens de Saalien Glaciaal, toen een gletsjer zich tussen de stuwwallen van Warns, Koudum en Gaasterland terugtrok. Dat je het weet.

Eerst nog wat bootjes, waaronder een prachtige Friese traditionele zeiler die ongeveer de snelheid van een goudvis in een aquarium haalde. Daarna: leegte. Uitgestorven. De regen stopt even en keert dan terug als een hoosbui. Het blijft een natte, grijze dag; het decor werkt niet mee.

We varen op de Koudumer Far, die ik na een kilometer of wat wel gezien heb. Onderweg boerderijdieren, altijd goed. Ik schiet nog snel een zijslootje in voor een selfie met de meest aandoenlijke koeien van Friesland.

De moraal zakt onder nul. Het tempo ook. Bij elke brug wordt een mij onbekende reden aangedragen om stil te liggen. Twee van ons kunnen dat niet meer opbrengen en dobberen langzaam door. Pas bij een paardenstal worden we weer ingehaald door het peloton.

We bereiken Molkwerum. We klauteren uit de kajaks, ontworstelen ons aan natte gear en laden alles in. Dit gaat uiteraard in een tempo dat mijn hang naar efficiëntie diep krenkt. Als de laatste bijna vergeten peddel is gevonden, kunnen we vertrekken. Dacht ik.

Er moest koffie met gebak komen.

De serveerster wacht geduldig in de voormalige vergader‑ annex bingozaal op een verloren schaap dat zich niet op de camper plaats maar in het sanitair had omgekleed. Dan verschijnen er dienbladen met appeltaart (taart van de week), chocolademelk, met en zonder slagroom. Met een biertje leg ik mij neer bij het twee uur verschil tussen werkelijkheid en planning.

De karavaan vertrekt richting IJburg. Het afladen van de kajaks verloopt zowaar gedisciplineerd. Het was opnieuw een geslaagd Friesland‑weekend, waarin onbedaarlijk hard is gelachen. Alleen dat al maakte alles meer dan de moeite waard.

Werkzaamheden op het water rondom IJburg in 2026

In 2026 vinden er werkzaamheden plaats op en rond het water bij Buiteneiland, Strandeiland en Centrumeiland. Deze werkzaamheden maken deel uit van de verdere ontwikkeling van IJburg. Op het kaartje in het document hieronder zijn de werkzaamheden met nummers ingetekend.

⚠️ Blijf altijd buiten de gele boeien. Deze markeren de werkgebieden en zijn ingesteld in verband met veiligheid.

Overzicht werkzaamheden (zie kaart)

  1. Buiteneiland – aanleg van een laad- en loswal en het baggeren van de vaargeul.
  2. Buiteneiland – tijdelijk drijvend zonnepanelenveld.
  3. Strandeiland – tijdelijke loswal voor de aanvoer van onderdelen van de Vivian Maierbrug.
  4. Strandeiland – grondwerkzaamheden voor de waterkering bij het noordelijk stranddeel.
  5. Strandeiland / IJburgbaai – voorbelasting en aanleg van leidammen voor het toekomstige sluis- en brugcomplex.
  6. Centrumeiland (Noordpunt) – werkzaamheden op en rond het water in verband met herinrichting en verplaatsing van functies.
  7. Centrumeiland – ontgraving van de Wim Noordhoekgracht en aansluiting op de IJburgbaai.
  8. IJburgbaai – verwijderen van bestaande damwanden.

Korte rondje IJburg

Het “korte rondje IJburg” is al jarenlang niet mogelijk door de aanleg van onder andere Centrumeiland (vanaf 2013) en Strandeiland (vanaf 2018).
De werkzaamheden aan de Wim Noordhoekgracht (punt 7) zijn bedoeld om deze waterverbinding weer open te stellen. Naar verwachting duurt deze fase ongeveer een jaar, waarna het korte rondje weer gevaren kan worden.

📄 Meer informatie: Werkzaamheden op het water IJburg – april 2026.pdf

Tochten 2026

25 april Pampus – Uitdam – Durgerdam
Vertrek 10 uur. Over het IJmeer: ervaring op open water en redelijke conditie vereist. Zo’n 4 uur varen, tussendoor één of twee stops.  Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

30 mei Langs de forten van de Stelling van Amsterdam
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee zolang er plek is op de trailer. Om 9 uur rijdt de trailer met de kajaks erop weg, wees dus uiterlijk half negen op de club met al je spullen. We zijn op zijn laatst om drie uur terug. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

27 juni Rondje door de stad en/of door de sluizen en over het IJ
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee. Vertrek 10 uur. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

18 juli Rondje Weesp
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee. Vertrek 10 uur. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

29 augustus Rondje Waterland
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee zolang er plek is op de trailer. Om 9 uur rijdt de trailer met de kajaks erop weg, wees dus uiterlijk half negen op de club met al je spullen. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

26 september Rondje Marken vanaf Monnickendam
Over het Markermeer: ervaring op open water en redelijke conditie vereist. Zo’n 4 uur varen, tussendoor één of twee stops. Om 9 uur rijdt de trailer met de kajaks erop weg, wees dus uiterlijk half negen op de club met al je spullen. We zijn op zijn laatst om drie uur terug. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

31 oktober Kortenhoef
Vlakwatertocht: iedereen die de beginnerscursus heeft gevolgd, kan mee zolang er plek is op de trailer. Om 9 uur rijdt de trailer met de kajaks erop weg, wees dus uiterlijk half negen op de club met al je spullen. We zijn op zijn laatst om drie uur terug. Geef je op via de poll, een paar dagen van te voren in de KOIJ-kajak appgroep.

Zaterdagochtend clubvaren: wind, wingfoilers en onbedoeld door de sluis

Afgelopen zaterdag gingen we weer clubvaren. Ondanks een windkracht 5 uit het noordwesten met vlagen richting 6 (de soort wind waarbij je peddel spontaan carrière overweegt als vlieger), was er verrassend veel animo. Best knap, zeker omdat later die dag een instructeurscursus gepland stond en zondag ook nog een KVB‑les uit het sportieve traject.

Net als we denken de enige gekken op de wereld te zijn, komt er een man aanlopen met koffers. Meerdere.
Altijd spannend.

Blijkt: hij is geen geheim agent, maar komt drones vliegen voor de tennisvereniging naast ons.
Ik dacht nog: “Maat… met deze wind? Succes!”
Maar hé, hij is de professional – wij zitten alleen maar in kleine bootjes op woelige baren.

Eerst binnendoor, later de golven op

Omdat de wind uit het noordwesten kwam, besloten we eerst binnendoor te varen. Daar was de wind in je snuit wat beter te verteren. Zo konden we daarna hopelijk een beetje met de wind mee buitenom weer terug

Bij de eerste hoek van het Buiteneiland kwamen we erachter dat het vandaag niet bepaald “smooth sailing” ging worden. De wingfoilers gierden voorbij met brede grijnzen: altijd een teken dat het voor ons vooral “hobbelig tot zeer hobbelig” gaat worden. Op Windfinder is groen leuk voor surfers, maar minder voor kajakkers met stijve heupen en stramme spieren.

Dus bleven we even dobberen in de IJburgbaai, totdat Jimmy opperde om achter de sluis – in de luwte – te keren. Daar ontdekten we een klein strandje én een steiger met een grote kist van de zeilvereniging.
In de zomer liggen daar die schattige mini‑zeilbootjes; pure nostalgie. Ik begon spontaan te mijmeren over watersportkampen voor de stadse bleekneusjes zoals vroeger op de Sloterplas. En serieus: hoe leuk zou een uitwisseling met zeil-, roei- en surfclubs op IJburg zijn?

Maar eerst: lunch.

Thee, boterhammen en plannen onder de nieuwe brug

Die kist bleek uitstekend zitmeubilair. Met een bakje thee en een boterham in de hand keken we uit over wat straks misschien wel een perfect zomeravond‑picknickpunt wordt zodra je onder de nieuwe brug door kunt varen.
Supermarkt en fastfood om de hoek… Maar ook een grote verleiding om dan te gaan borrelen.
(Niet verstandig. Helaas.)

Terwijl ik nog half verzon hoe we samen met de andere IJburgse watersportverenigingen watersportkamp/waterscouting achtige jeugdactiviteiten konden organiseren, werden we wakker geschud door geroezemoes: de sluiswachter was gespot, samen met een sloepje dat in wilde varen.

“Sluismeester, mogen we ook mee?”

Ik riep het voor de groep, en ja hoor: “Natuurlijk!” riep hij terug.
Gezellig praatje erbij over kajakken en het nieuwe vaarseizoen.

Toen iemand zei dat we ook wel over konden dragen bij de betonnen sluis, wuifde hij dat weg: “Ach, ik schut wel voor jullie — ik ben hier toch.”
En zo voeren we zomaar onbedoeld door de haven en de binnenwateren van Haveneiland.
Voor één van ons zelfs de allereerste keer in een sluis — gratis extra avontuur!

Ondertussen elders…

Bij terugkomst bleken de andere groep een zeer uitdagende tocht achter de rug te hebben. Volgens sommigen zelfs “iets over het randje van aangenaam”.
Bij de loods stond inmiddels een indrukwekkende rij boten, want de instructeurscursus was volop bezig.

Wij hadden genoten.
Van de wind, de golven, het onverwachte sluisavontuur — en van het simpele genoegen van thee op een kistje met uitzicht op het water.

Kortom: prima zaterdag. Zelfs met windkracht 5 en wingfoilers die lekker uit hun dak gingen.

🎉 Start binnenkort: de 2e editie van het Jaartraject Sportief Kajakken !

Wil je sterker, technisch beter kajakken en met vertrouwen door de golven?
Binnenkort starten we met de nieuwe editie van het Jaartraject Sportief Kajakken — hét programma voor iedereen met kajakambitie, lol in het leren en grenzen verleggen.

Tijdens dit intensieve traject werk je een jaar lang aan:

  • efficiënte peddeltechniek
  • stabiliteit, kracht & uithoudingsvermogen
  • beheersing in golven, wind en stroming
  • reddingstechnieken (terug in je boot na kapseizen)
  • veilig varen en in de groep oplossen van incidenten

👉 Klik hier voor uitgebreide info over dit traject

Introductieles Traject Sportief Kajakken – zaterdag 11 april

Wil je eerst kennismaken met de stijl, intensiteit en instructeurs van het sportieve traject?

De IJsbrekers

Door Jimmy.ai


Een veelbelovende woensdagavond

Op woensdagavond gingen Han, Carlo en Jimmy – drie mannen met een bewonderenswaardige minachting voor kanogear – clubvaren bij KOIJ, Kano op IJburg. Dat had natuurlijk al een waarschuwing moeten zijn: wie zichzelf “Kano op IJs” noemt, vraagt om problemen. Maar vooruit.

Onze vaste ijsmeester, Sipkema, had ons bovendien weer verzekerd dat het “prima te doen” was. Achteraf bleek ook dit advies vooral theoretisch van aard.

Het eerste incident: het spatzeil

Nog vóór ze het water zagen, begon het al. Jimmy klaagde dat hij z’n spatzeil kwijt was.

“Onmogelijk,” zei hij, “ik hád ’m net nog.”

Na drie minuten intensief zoeken – vooral verbaal – pakte hij resoluut een spatzeil uit een andere boot in container 10.

“Komt goed,” zei Jimmy monter. “Ik zet het wel even op de app.”

Dat klonk definitief, dus niemand durfde er nog wat van te zeggen.

Bij de steiger aangekomen keek Han plotseling bedachtzaam naar Jimmy’s boot.

“Wat hangt daar nou onder je boot?”

Een korte stilte. Een lichte buiging. En ja hoor: het originele spatzeil, trouw meegevaren, bungelend als een nat vaandel van schaamte. Jimmy zei niets. Dat was ook beter.

Het tweede incident: de peddel

Toen werd afgevaren. Of beter: geprobeerd.

Han – of was het eerder on(Han)dig? – had bij het instappen zijn peddel pontificaal op de steiger laten liggen. Even terug, even lachen, even doen alsof dit allemaal precies zo bedoeld was.

Het derde incident: de kano

Carlo had ondertussen een fundamenteler probleem: hij paste niet meer in zijn boot. De feestdagen hadden hun tol geëist. Te veel oliebollen, te veel Franse kazen, en te weinig zelfreflectie.

Zijn kano kraakte onheilspellend, alsof ook die zich afvroeg waar hij aan begonnen was.

Deze vrienden hadden nooit veel gehad met kanospullen, maar nu kregen ze problemen met het meest elementaire gereedschap: een spatzeil, een peddel en – in Carlo’s geval – zelfs de kano zelf.

Het ijs: eindelijk eer aan de clubnaam

Eenmaal op het water wachtte de volgende verrassing: ijs. Best veel ijs.

“Leuk!” riepen ze enthousiast, terwijl ze er dwars doorheen braken.

Het ijs kraakte heerlijk; menig gemiddelde ijsbreker zou er jaloers op zijn geweest. KOIJ deed zijn naam eer aan – Sipkema ongetwijfeld ook.

De terugweg: bijna thuis, maar toch niet

Op de terugweg sloeg de vrolijkheid echter om in lichte paniek. Bij nadering van de steiger zaten ze muurvast. Geen doorkomen aan. Ze waren er bijna, maar toch niet helemaal.

Na wat ineffectief gewrik en optimistisch peddelwerk besloten ze om te keren en via de andere kant terug te varen. Logisch. Achteraf altijd logisch.

Ze hadden het van tevoren kunnen weten. Carlo had eerder al een meerkoet over het water zien rennen. Dat is zelden een goed teken.

Nawoord van de invaller

Helaas is dit verslag geschreven door een invaller. Uw vaste reporter zit nog altijd vast op het ijs. Zijn telefoon veilig opgeborgen in een luik, voor niemand bereikbaar.

Ach ja. Wie mist ’m.


Translate »