Kampeertocht ‘Hooft’ 22 – 23 juni 2019

Een bijdrage van Carlo Eijgenberger

Op zaterdag middag rond vier werden de kajaks van Elmar, Piet-Jan en Carlo vol geladen met alles wat ze nodig denken voor het kampeertochtje.

Ook de meevaarders, Lia, Marja en Bart maken zich klaar voor de tocht. Ze blijken alle die een witgele kajak te hebben, later als ik groot en ervaren ben ruil ik mijn winterpeen ook in voor een witgele!

De ‘jongens’ worden door Lia nog even gewaarschuwd voor knutten, minuscuul kleine stekende insecten die haar op het ernaast gelegen eiland hadden geteisterd. Deet helpt nauwelijks en het muggengaas in de tent is vermoedelijk te grof om ze tegen te houden. Gelukkig kunnen ze slecht tegen wind en waaien deed het!

Windkracht 5 uit het noord oosten. Dat is een succes recept voor golfslag, de golven kunnen zich over het hele IJmeer ontwikkelen. Gelukkig hadden we de ervaren meevaarders mee. Heel fijn want twee van ons hadden nog niet eerder met dergelijke golfslag gevaren.

Eerst richting Muiden. Op ons verzoek wel achter de dam langs, beetje in de luwte. Gevolg was wel dat we een tijdje de golven in de rug hadden. Dat voeld als een rodeo, is nog best een klusje om op die golven in het zadel te blijven. Ze verraste je ook omdat ze natuurlijk achter je rug opdoken.

We krijgen onderweg goede tips: laag blijven om het zwaarte punt te verlagen, pedel in de golf steken, draaien op de kop van de golf, kracht op de peddel houden dus door peddelen. Strak op een punt richten en koppie erbij houden.

Dat contact met het water houden vergeet ik op cruciale momenten nog wel eens. Dan houd ik de peddel als een soort koorddanser horizontaal voor me uit voor mijn balans. Dat word me op een iets rustiger moment uitgelegd. Het ging een paar keer maar net goed! Het gevoel van ‘daar gaan we (om) ’ deelde ik blijkbaar met Piet-Jan toen we elkaar naar de ervaring onderweg vroegen.

Zo’n tocht is sowieso erg goed voor de ervaring, in de slootjes met 2bft is het ook heerlijk hoor maar dit draagt meer bij aan de vaardigheden. We gaan dan ook binnenkort met een oefenavond een keer naar buiten om steunen en reddingen te trainen.

Achter de strekdam ‘durf ik het aan’ om een slokje water te pakken en hebben we het even rustig. Na die dam begint het weer, alleen nu gaan we er vol tegen in. Dat is hartstikke leuk. De kajak houdt zich ook goed, het is dus inderdaad een ‘zeekajak’. Nou ja, minimaal een IJmeer kajak dan.

Daarna krijgen we de golven van de zijkant, we varen westwaarts om langs de haven monding van Muiden te komen. Met flinke wind even wachten tot er geen boten door de geul moeten en dan in colonne erlangs. De kit surfers zijn heel content met de wind! Van mij hoeven die golven op de zijkant van de kajak toch niet persé maar het begint inmiddels te wennen.

Nog een beetje peddelen en dan krijgen we de beschutting van de eilanden: de Drost, Warenar en last but not least: Hooft. Deze zijn oorspronkelijk als ‘luwtedammen’ aangelegd om Muiden een beetje uit de golven te houden en ze deden redelijk hun werk.

Voor Hooft liggen wat (vooral zeil) boten voor anker. Er is een dammetje aangelegd met een opening waar we met de kajak door kunnen om vervolgens aan land te gaan. Er is maar een klein zandhellinkje maar dat is voldoende om lekker te landen.

Het eiland is echt perfect om te kamperen. Grote open vlakte omringt met begroeiing. Kamp wordt nog niet opgezet want eerst ff gezellig met onze meevaarders babbelen. Het is toch prima weer.

Zodra die na een flink tijdje weer richting IJburg peddelden, is het tijd om onze uitrusting uit de luiken te halen en de tentjes op te zetten. We blijken heel uiteenlopend proviand mee te hebben. Er wordt uitgebreid gekookt, gerehydrateerd en wraps gerold. Alles smaakt na zo’n tochtje natuurlijk heerlijk.

Na een tijdje besluiten we het eiland even verder te bekijken. We hebben een bloedrode zon achter de bomen zien verdwijnen maar ik hoop toch nog foto’s van de zonsondergang te kunnen maken. Die zon is helaas toch écht onder, bizar dat er nog zoveel licht is. Aan de westkant eindigt het eiland met een dammetje. Aan de andere kant van het eiland is wat meer bos en daar blijken mensen te kamperen. Langs een L- vormige steiger liggen nog een stuk of tien boten. De mensen daar hebben wat kampvuurtjes aangelegd, iets wat wij in de gezelligheid een beetje vergeten zijn. Het meegesleepte hout is nooit aangestoken.

De volgende ochtend word ik gewekt door de zon. Hij kwam aan de andere kant op dan hij onder was gegaan en nu lukte het fotograferen beter.

Het is het nog zo relaxed dat we na koffie, thee en ontbijt pas rond half twaalf terug varen. De wind is terug gelopen tot 2-3 bft. We besluiten nu buitenom terug te varen. Er is nog wel golfslag maar flink minder dan de dag ervoor. Bij de vaargeul moeten we even wachten op de veerboot en wat ander verkeer, dat voelt een stuk vertrouwder dan de dag ervoor. Er word flink gerecreëerd op het water. Richting de vijfhoek is er een heuse zeilwedstrijd – met tientallen dezelfde wit getuigde kleine bootjes – aan de gang.

Tijdens de kampeeravond zijn we al zo enthousiast dat we de mogelijk bespreken om volgende keer naar een verderop gelegen eiland te varen, er zijn er zat op de randmeren waar je kunt kamperen. Thuis aangekomen verken ik gelijk de mogelijkheden via http://www.gastvrijerandmeren.nl/ . Het begint al flink te kriebelen dus. Maandag kriebelt het letterlijk een beetje, hebben die knutten me toch te grazen gehad!