Kamper Kano Kampeer Klassieker 2026 – Nat, winderig en ontzettend mooi

PJ en ik togen het Hemelvaartweekend naar Kampen voor de 4K. Voor mij begon het avontuur eigenlijk al onderweg: ik was uit mijn kajak gegroeid en PJ was zo aardig om via Zutphen te rijden zodat ik een andere kon ophalen. Het bleef een gok, maar eenmaal in Overijssel bleek dat gelukkig goed uit te pakken – ik stond niet zonder boot en de nieuwe zat meteen goed. Sterker nog: daar zou ik gelijk 100 kilometer mee gaan varen.

Het weer werkte iets minder mee. Onderweg kregen we al hagel en de toon was gezet: het zou een koud en nat Hemelvaartweekend worden.

Woensdag – aankomst en voorbereiding

De Schonevaarders in Kampen hadden hun terrein al opengesteld voor kampeerders. Tentje snel opgezet, wat eten geregeld (we hadden ons kookgerei in de kajak laten zitten – er was immers een KFC gespot) en op tijd terug voor de briefing. Alles was keurig voorbereid: een informatieboekje en GPX-routes hadden we al in bezit.

De volgende ochtend begon met een groepsfoto op het water en het registreren van de vertrektijd. Niet afmelden betekende zoekactie – dus de organisatie nam het serieus.

Dag 1 – Kampen naar Vollenhove (±30 km)

We volgden braaf de GPX-route (varianten bewaren we voor een volgende keer). De tocht voerde via de IJsseldelta richting het Zwarte Meer en uiteindelijk naar Vollenhove.

Het Zwarte Meer liet zich meteen gelden: stevige wind en golfslag. Gelukkig bleek mijn nieuwe kajak een stuk stabieler dan mijn vorige. Dat gaf vertrouwen.

Vollenhove, ooit een stad aan zee, voelde voor mij meer als een dorp. We kampeerden bij de Botterwerf en het strandpaviljoen en konden gebruik maken van de campingfaciliteiten. ’s Avonds aten we in een klassiek oud-Hollands Chinees-Indisch restaurant: schreeuwerig Chinees vrouwtje, vergeelde inrichting, sambal- en sojaflesjes op tafel – precies zoals het hoort.

Dag 2 – Vollenhove naar Belt-Schutsloot (±20 km)

De dag begon zoals alle volgende dagen ook zouden beginnen: natte tent inpakken.

De route liep via het Vollenhovermeer richting Blokzijl, met daarna volop keuzemogelijkheden door de Wieden en richting Dwarsgracht en Giethoorn.

Blokzijl was charmant, maar vooral Dwarsgracht maakte indruk: Giethoorn zonder de toeristen. De Wieden zelf waren prachtig, met rietvelden die voor dakbedekking worden gebruikt. De Beulakerwijde was weer een klotsbak, maar gelukkig vonden we snel de oversteek.

Op camping ’t Hoogland van de NCC stonden we op een keurig onderhouden terrein. Het gras was net gemaaid – en dat zouden we nog dagen later terugvinden in onze tent en boot.

We hadden via Google in Belt-Schutsloot een perfecte combinatie van snackbar en café. We hingen met de stamgasten uit het nabijgelegen vakantie trailerparkt aan de bar. We bestellen tennisbalformaat gehaktballen met friet die we aan de bar opeten. Andere gasten volgden ons voorbeeld – ze overlegden eerst wat ze met eten gingen doen waarbij koken geen optie leek.

Dag 3 – Belt-Schutsloot naar Kampen (±25 km)

Deze dag stond in het teken van water én gezelligheid. Via de Wieden en Zwartsluis voeren we richting het Zwarte Water en uiteindelijk weer naar Kampen.

In Zwartsluis bleken net de Nationale Sleepbootdagen te zijn: prachtig onderhouden historische schepen en trotse eigenaren.

Op de braderie kwamen we een oude worstenmaker tegen met lokale specialiteiten. Hij klaagde dat in Amsterdam minder varkensvlees wordt gegeten, wat PJ bijzonder jammer vond vanwege zijn favoriete worst. We namen een maandvoorraad mee en gingen onderweg voor de zekerheid nog even een gebakken visje eten, je moet altijd eten als er gelegenheid is. De rest van de kajakkers bleek in een koffietentje te zijn gebleven, opwarmen.

‘Later ’s avonds, bij een sluis zagen we nog een klein nautisch drama van bovenaf: een bejaard stel in een jachtje dat niet begreep hoe ze moesten manoeuvreren en lag tegen de sluisdeur te wachten, terwijl een sleep met scoutingbootjes uit moest. Ze luisterden nog naar de sluismeester nog naar de scouting kapitein maar de logge stalen sleepboot en het vooruitzicht op blauwe striping maakte dat ze toch iets naar achter gingen.

Die avond sloegen wij de pizza-avond over en liepen naar een prachtig eetcafé in Kampen. Prachtig oud pand, houten bar, twintig bieren op tap – en ik koos gewoon pils. Wel at ik daar de beste burger ooit. Kampen is fraai, daar wil ik nog eens terug.

Dag 4 – terug naar Skonenvaarder (±20 km)

De laatste dag voerde via de IJsseldelta terug naar Kampen.

Wij kozen voor de lange versie van ongeveer 20 km, terwijl veel deelnemers – moe van regen en wind – voor de korte route gingen. Met een paar gelijkgestemden maakten we er nog een mooie tocht van, inclusief een omweg langs eilandjes die doen denken aan het gebied bij Ballast.

Uiteindelijk kwamen we op tijd in IJburg terug en had ik zelfs nog energie over voor boodschappen.

Terugblik

Het was nat, soms guur en hier en daar pittig, maar vooral een prachtige tocht door een van de mooiste vaargebieden van Nederland: de IJsseldelta en de Weerribben-Wieden.

De organisatie was strak, de routes goed voorbereid en de vrijheid om te variëren groot.

Voor ons staat één ding vast: we komen terug. Misschien met beter weer – maar zeker met hetzelfde plezier.

Translate »