Afgelopen zaterdag viel alles op z’n plek: windstil, warm en zon die meteen serieus werk maakte van onze gezichten. Dus nog vóór vertrek werd er fanatiek gesmeerd — om een rooie neus met blaren te voorkomen.
Om half negen lagen de boten al op de trailers en om negen uur reden we keurig weg. De trailer was netjes 4×2 geladen, al ontstond er nog een korte maar gepassioneerde discussie over aerodynamica en de vraag of de kuipen naar binnen of buiten moesten. Dat soort vraagstukken trek ik om kwart voor negen ’s ochtends niet en dat heb ik even gemeld, een kanotrailer heeft sowieso de airodinamica van een tractor dus waar hebben we het over.

In Haarlem werden we vriendelijk ontvangen door iemand van de lokale kanovereniging, die het hek al had geopend en ons van de sleutel voorzag. De kantine was een feest der herkenning: er is daar een compleet frituurarsenaal aanwezig, bij terugkomst bleek hij helaas niet open.
Er gaan geruchten dat de gemeente plannen heeft met het terrein en dat de charmante clubgebouwen mogelijk plaats moeten maken voor containers. Wij hebben alvast aangeboden om indien nodig collectief bij het gemeentehuis op te duiken. Je staat er als kanovereniging tenslotte niet alleen voor.
We kozen ervoor om linksom te gaan, het beste voor het laatst bewarend. Via het Zuider Buiten Spaarne peddelden we langs een wijk die er zó netjes bij lag dat je bijna fluisterend voorbij ging. Inclusief een roeivereniging waar alles net iets te recht en te strak oogde — Heemstede, zo werd bevestigd.

Daarna de Ringvaart op, aangelegd in 1632. Altijd prettig als iemand onderweg even een historisch detail dropt, dat geeft het gevoel dat je niet alleen aan het recreëren bent maar ook nog iets leert.
Na een kilometer of vijf lonkte het eerste terras al. Een moedige poging, maar collectief vonden we dat iets te ambitieus voor dat moment van de dag. Bij Vijfhuizen bleek ergens een fort te liggen, verstopt achter woonschepen. Zo goed verstopt zelfs dat we het vakkundig misten — houden we tegoed.

Bij Fort bij de Liebrug werden we welkom geheten door bordjes in een toon die weinig aan de verbeelding overliet: aanmeren streng verboden. Ze zagen eruit alsof ze er al hingen sinds de eerste steen van het fort was gelegd, dus we namen het maar serieus.
Gelukkig vonden we even later een prima plek om aan land te gaan. Niet officieel, niet aangewezen, maar goed genoeg. We hebben er opvallend lang liggen soezen in de zon, totdat we gezelschap kregen van twee paarden die ons waarschijnlijk beoordeelden op ons ligcomfort en picknickstrategie.

Daarna weer het water op, langs nog meer forten — sommige duidelijk zichtbaar, andere meer suggestief aanwezig.
Via Spaarndam bereikten we uiteindelijk het IJ. Altijd leuk om te beseffen dat die naam teruggaat op aqua, al hebben de West-Friezen daar in de loop der tijd iets compacters van gemaakt. Taal mag ook efficiënt zijn.

Na een afgesloten brug te zijn onder gevaren, waar we niet voorbij de sluisdeur konden, klommen we even uit de boten en verkenden een charmant straatje. Er werd nog een dappere poging gedaan richting een terras, maar kennelijk was de klik er niet, want we stonden verrassend snel weer bij de boten.

Een bordje bij een muziektent leerde ons dat de plaatselijke harmonie al in de jaren zestig was opgeheven, met maar 100 inwoners hebben ze het nog lang volgehouden.

Via het Noorder Buiten Spaarne gingen we terug richting Haarlem. Op de oude Droste fabriek prijkt de herkenbare verpleegster met dienblad, de fabriek is inmiddels een hippe woonwijk. We komen daar langs de Prins Willem Zeeverkenners in Haarlem, hun clubhuis is bijzonder: dat is een oud marineschip (mijnenveger Hr. Ms. Naaldwijk.

En toen, als kleine bonus, een omweg door de grachten van Haarlem. Smalle doorgangen, mooi oud centrum, en ineens een beetje het gevoel dat je in een compactere versie van Amsterdam vaart, maar dan zonder de rondvaartboten die je van je sokken dreigen te varen.

In het centrum werd het drukker en levendiger, met bootjes in alle soorten en maten. Maar we vonden het inmiddels vertrouwde smalle doorgangetje naar de kanosloot en meerden weer aan.
Bij het opladen bleek nog een praktisch leermoment: mijn nieuwe kajak is net iets enthousiaster qua breedte dan de trailer had ingecalculeerd. Volgende keer dus strategisch stapelen — ook weer opgelost.
Terug naar IJburg, met een lichte vermoeidheid, een tevreden hoofd en het overtuigende gevoel dat dit precies zo’n dag was zoals je ’m hoopt.


