Zaterdagochtend clubvaren: wind, wingfoilers en onbedoeld door de sluis

Afgelopen zaterdag gingen we weer clubvaren. Ondanks een windkracht 5 uit het noordwesten met vlagen richting 6 (de soort wind waarbij je peddel spontaan carrière overweegt als vlieger), was er verrassend veel animo. Best knap, zeker omdat later die dag een instructeurscursus gepland stond en zondag ook nog een KVB‑les uit het sportieve traject.

Net als we denken de enige gekken op de wereld te zijn, komt er een man aanlopen met koffers. Meerdere.
Altijd spannend.

Blijkt: hij is geen geheim agent, maar komt drones vliegen voor de tennisvereniging naast ons.
Ik dacht nog: “Maat… met deze wind? Succes!”
Maar hé, hij is de professional – wij zitten alleen maar in kleine bootjes op woelige baren.

Eerst binnendoor, later de golven op

Omdat de wind uit het noordwesten kwam, besloten we eerst binnendoor te varen. Daar was de wind in je snuit wat beter te verteren. Zo konden we daarna hopelijk een beetje met de wind mee buitenom weer terug

Bij de eerste hoek van het Buiteneiland kwamen we erachter dat het vandaag niet bepaald “smooth sailing” ging worden. De wingfoilers gierden voorbij met brede grijnzen: altijd een teken dat het voor ons vooral “hobbelig tot zeer hobbelig” gaat worden. Op Windfinder is groen leuk voor surfers, maar minder voor kajakkers met stijve heupen en stramme spieren.

Dus bleven we even dobberen in de IJburgbaai, totdat Jimmy opperde om achter de sluis – in de luwte – te keren. Daar ontdekten we een klein strandje én een steiger met een grote kist van de zeilvereniging.
In de zomer liggen daar die schattige mini‑zeilbootjes; pure nostalgie. Ik begon spontaan te mijmeren over watersportkampen voor de stadse bleekneusjes zoals vroeger op de Sloterplas. En serieus: hoe leuk zou een uitwisseling met zeil-, roei- en surfclubs op IJburg zijn?

Maar eerst: lunch.

Thee, boterhammen en plannen onder de nieuwe brug

Die kist bleek uitstekend zitmeubilair. Met een bakje thee en een boterham in de hand keken we uit over wat straks misschien wel een perfect zomeravond‑picknickpunt wordt zodra je onder de nieuwe brug door kunt varen.
Supermarkt en fastfood om de hoek… Maar ook een grote verleiding om dan te gaan borrelen.
(Niet verstandig. Helaas.)

Terwijl ik nog half verzon hoe we samen met de andere IJburgse watersportverenigingen watersportkamp/waterscouting achtige jeugdactiviteiten konden organiseren, werden we wakker geschud door geroezemoes: de sluiswachter was gespot, samen met een sloepje dat in wilde varen.

“Sluismeester, mogen we ook mee?”

Ik riep het voor de groep, en ja hoor: “Natuurlijk!” riep hij terug.
Gezellig praatje erbij over kajakken en het nieuwe vaarseizoen.

Toen iemand zei dat we ook wel over konden dragen bij de betonnen sluis, wuifde hij dat weg: “Ach, ik schut wel voor jullie — ik ben hier toch.”
En zo voeren we zomaar onbedoeld door de haven en de binnenwateren van Haveneiland.
Voor één van ons zelfs de allereerste keer in een sluis — gratis extra avontuur!

Ondertussen elders…

Bij terugkomst bleken de andere groep een zeer uitdagende tocht achter de rug te hebben. Volgens sommigen zelfs “iets over het randje van aangenaam”.
Bij de loods stond inmiddels een indrukwekkende rij boten, want de instructeurscursus was volop bezig.

Wij hadden genoten.
Van de wind, de golven, het onverwachte sluisavontuur — en van het simpele genoegen van thee op een kistje met uitzicht op het water.

Kortom: prima zaterdag. Zelfs met windkracht 5 en wingfoilers die lekker uit hun dak gingen.

Translate »